• You are here:
  • Home »
  • Nieuws »

‘Veel artsen durven geen hormoontherapie voor te schrijven. Onzin!’

Hormoontherapie tegen overgangs- en menopauzeklachten. Veel vrouwen, maar ook artsen, huiveren om eraan te beginnen of het voor te schrijven. Nochtans is het veilig, en helpt het niet alleen tegen opvliegers, maar ook tegen andere acute problemen, en voorkomt het op langere termijn osteoporose, hart- en vaatziekten en misschien zelfs dementie, verzekert gynaecoloog Herman Depypere.

‘Waarom moet de vrouw afzien?’ Herman Depypere windt zich meermaals op tijdens ons gesprek in het Universitair Ziekenhuis in Gent. Hij onderzoekt de menopauze en hormonale substitietherapie, waarbij vrouwen oestrogeen en progesteron krijgen toegediend als ze die zelf niet meer aanmaken omdat ze in de menopauze komen. ‘De invloed van hormonen wordt onderschat’, vindt hij. ‘Dan komt een patiënt bij mij die pijn heeft bij het vrijen en door haar gynaecoloog wordt afgescheept. “Je bent al 64, moet jij nog seks hebben?” Een andere vrouw maakt zich zorgen omdat ze vijf kilo is bijgekomen en krijgt te horen “Onze Lieve Heer heeft voorzien dat jij op jouw leeftijd een buikje krijgt, dat is om je kleinzoon op te leggen”.  Dat is toch triestig! Terwijl zij perfect geholpen zijn met hormonale subsitutietherapie.’

Herman Depypere

Herman Depypere is als gynaecoloog verbonden aan de Vrouwenkliniek van het UZ Gent. Hij is voorzitter van de Belgische Vereniging voor Menopauze en doet onderzoek naar de menopauze en hormonale substitutietherapie. Daarnaast is hij betrokken bij onderzoek naar het opsporen en voorkomen van borstkanker en dementie.

Vanwaar komt die scepsis tegenover hormoontherapie?

‘Die is er vooral gekomen na een grote studie uit 2002 (de Women’s Health Initiative of WHI, red.) waarin hormoontherapie in verband werd gebracht met een hoger risico op trombose en borstkanker. Achteraf is gebleken dat er wel wat haken en ogen aan dat onderzoek zaten. De proefpersonen waren wat ouder, gemiddeld 63 jaar, wanneer ze met de therapie begonnen. Bovendien zaten er rokers bij en vrouwen met obesitas of een hoge bloeddruk – allemaal ook risicofactoren voor hart- en vaatziekten en kanker. Daarnaast was het product dat ze kregen, te hoog gedoseerd en synthetisch. En, belangrijk: de vrouwen mochten geen opvliegers hebben. Het was een onderzoek dat in eerste instantie wilde nagaan welke impact de hormonen zouden hebben op de gezondheid. Nadien heeft men er de conclusie aan toegevoegd dat de therapie niet helpt tegen menopauzeklachten …’

‘De bijsluiters van de hormonale medicatie zijn al twintig jaar niet aangepast’

‘Dat onderzoek heeft een enorme aversie opgewerkt tegenover hormonen. Wereldwijd zijn bijna zes op de tien vrouwen gestopt met hun therapie. Veel artsen en farmabedrijven hebben zich ervan afgekeerd. Ze associëren hormonen nog altijd met borstkanker en trombose. In de opleiding van artsen wordt er weinig aandacht aan besteed.’

Is er dan helemaal geen risico als je hormonen neemt?

‘Jawel. Medicatie die je via de mond inneemt en die hoog gedoseerd is, kan het risico op trombose verhogen. En ook vrouwen die laat starten, na hun zestigste, moeten voorzichtig zijn. Zij kunnen al schade hebben aan hun bloedvaten, waardoor hun risico op een herseninfarct, trombose en dementie verhoogt als ze hoog gedoseerde pillen nemen. En synthetische preparaten die hoog gedoseerd zijn, kunnen het risico op borstkanker vergroten.’

‘Maar de meeste preparaten hebben vandaag een lage dosis, bevatten natuurlijke hormonen, en worden toegediend via een gel of spray op de huid, waardoor het middel heel traag in het bloed komt en de stollingsfactoren nauwelijks nog beïnvloedt. En doordat het om natuurlijke hormonen gaat, is ook het risico op borstkanker beperkt. Er is een internationale consensus: er is geen reden om vrouwen met klachten niet te behandelen. Maar uiteraard moeten vrouwen zich laten opvolgen via een mammografie om de twee jaar, net als iedereen.’

Zijn er vrouwen die u geen hormoontherapie zou aanraden?

‘Ja, vrouwen die borstkanker hebben of gehad hebben. Verder kan iedereen het nemen. Zelfs vrouwen zonder menopauzeklachten kunnen er baat bij hebben. Zo ben ik betrokken bij onderzoek naar het verband met dementie. Mogelijk zijn vrouwen die aanleg hebben om dementie te krijgen, omdat ze een risicogen dragen, enigszins beschermd door hormoontherapie. Hetzelfde geldt voor hart- en vaatziekten. Mogelijk hebben vrouwen met een wat hogere cholesterol of een hoge bloeddruk baat bij hormoontherapie. We zullen in de toekomst individueler werken, en bijvoorbeeld via een bloedtest nagaan welke vrouwen best hormonen nemen, en welke preparaten dat dan best kunnen zijn. Uiteraard hoeft niet iedereen aan de hormonen. Een vrouw die geen klachten heeft, veel sport, gezond is, geen verhoogde cholesterol heeft: die hoeft niets te nemen.’

Toch lees ik bijvoorbeeld op de website van de Christelijke Mutualiteit dat hormoontherapie het risico op kanker en hart- en vaatziekten verhoogt, dat het niet helpt tegen gewrichtsklachten en dat je er best na zes maanden mee stopt.

‘Dat is een kaakslag. Ze moeten dat van hun website halen. Die richtlijnen zijn compleet achterhaald. En wat gewrichtsklachten betreft: onderzoek heeft uitgewezen dat hormonale substitutietherapie wel degelijk helpt. Belangrijk, want zes van de tien vrouwen in de menopauze hebben last van stijve gewrichten. Ik weet niet waar de CM dat vandaan haalt.’

‘Ook de bijsluiters van de hormonale medicatie zijn al twintig jaar niet aangepast. Voor elk product is de bijsluiter van de zwaarste orale medicatie gekopieerd. Terwijl lokale preparaten veel minder krachtig zijn. Er staat één zinnetje dat het helpt tegen opvliegers, en verder krijg je tien bladzijden kommer en kwel. Er is dringend een update nodig.’

‘Er zijn veel vrouwen die een verkeerde behandeling krijgen. Ze krijgen antidepressiva omdat ze slecht in hun vel zitten, terwijl het gewoon om overgangsklachten gaat’

‘Onlangs zag ik een vrouw van zeventig die last had van pijn bij het vrijen. Ik schreef haar lokale hormonale medicatie voor, maar ze durfde die niet te nemen nadat ze de bijsluiter had gelezen. Terwijl er in één zo’n tabletje honderd keer minder hormonen zitten dan in een laag gedoseerd oraal middel. En toch is die bijsluiter hetzelfde. Dat is wraakroepend! Ik heb het haar uitgelegd, en toen heeft ze het toch gedaan. Achteraf heeft ze mij bedankt: “Mijn leven is zoveel verbeterd!”’

Hoe lang mag je deze medicatie nemen?

‘Stoppen na zes maanden is in elk geval absurd. Op zes maanden tijd zal je lichaam niet veranderen. Vijf tot tien jaar hormonale subsitutietherapie nemen is veilig – dat weten we uit studies. De meeste studies lopen niet langer dan dat. Meer onderzoek moet uitwijzen of het ook goed is om het langer te nemen. Persoonlijk denk ik dat een laaggedoseerde therapie veilig is, dat vrouwen die levenslang kunnen blijven nemen.’

Wat houdt die hormoontherapie precies in?

‘Het gaat om bio-identieke hormonen: 17-bèta-oestradiol. Dat is hetzelfde hormoon als de eierstokken bij een vruchtbare vrouw produceren. Het wordt toegediend onder de vorm van een pleister, een spray, een gel of een pilletje.’

En waartegen helpt het?

‘De belangrijkste klachten waarvoor we hormoontherapie voorschrijven zijn opvliegers, stijfheid van de gewrichten, hartkloppingen, vermoeidheid en slecht slapen. Uit onderzoek weten we dat 77 procent van de vrouwen dit soort klachten krijgt. Op enkele weken tijd kunnen ze met hormonale medicatie opgelost zijn. Dat kan met een pilletje of een gel zijn.’

‘Hormonen helpen ook tegen urineverlies. Niet tegen stress-incontinentie, waarbij je urine verliest als je springt, lacht of niest. Maar wel tegen urge-incontinentie, een plotse, oncontroleerbare aandrang om te plassen. Tegen dat je bij het toilet bent, is het al te laat. Of je moet ’s nachts vaak opstaan om te gaan plassen. Door het hormoontekort wordt de blaaswand dun en broos en de spieren van de bekkenbodem verzwakken. De blaas wordt overgevoelig. Met een hormoontabletje, dat je twee keer per week in de vagina inbrengt, kan dat verbeteren.’

In de overgang hebben veel vrouwen ook last van stemmingswisselingen. Helpt hormoontherapie daar ook tegen?

‘Hormonen zijn geen antidepressivum, laat dat duidelijk zijn. Maar als je ’s nachts warmte-opwellingen hebt en slecht slaapt, dat vreet dat ook aan je gemoed. En het wegvallen van hormonen is een stressmoment voor de hersenen. Als een vrouw die nog nooit een depressie heeft gehad, in de overgang plots mentale problemen krijgt, dan is de kans groot dat het door dat hormoonverval komt en dat ze geholpen is met hormoontherapie. Is een vrouw wel al eens depressief geweest, dan loopt ze meer risico om opnieuw in de problemen te komen op het moment van de menopauze. Maar ook voor hen kan hormoontherapie een meerwaarde zijn. Als die samen met een antidepressivum wordt opgestart, komen ze er vaak sneller weer bovenop.’

‘Er zijn trouwens veel vrouwen die een verkeerde behandeling krijgen. Ze krijgen antidepressiva omdat ze slecht in hun vel zitten, slaapmiddelen omdat ze vermoeid zijn en medicatie om hun hartritme te regelen omdat ze hartkloppingen hebben. Terwijl het gewoon om overgangsklachten gaat. Men onderschat wat hormonen doen.’

Hoe lang duurt die overgang, en de klachten die erbij horen?

‘Dat varieert enorm, maar doorgaans enkele jaren. De menopauze treedt niet van de ene op de andere dag in. De menstruatiecyclus wordt eerst langer. Je krijgt onregelmatig bloedverlies, nu eens meer, dan weer minder. Tijdens de overgang kunnen opvliegers en stemmingswisselingen voorkomen. Als de hormoonproductie helemaal stilvalt, kunnen die opvliegers nog verergeren. Ook gewrichtsklachten, vermoeidheid, een verminderd libido, hartkloppingen en slaapproblemen kunnen sterk uitgesproken zijn in de eerste jaren van de menopauze. Veel vrouwen denken: “Ik zal wel even doorbijten, en dan ben ik ervan af”. Maar zo werkt dat niet. Gemiddeld komt een vrouw op haar 51ste in de menopauze. Dan zijn de eicellen, die omgeven zijn met hormoonproducerende cellen, op. De hormoonaanmaak stopt. Die afwezigheid van oestrogeen heeft veel gevolgen: je huid en je haar worden dunner, de vagina wordt droog, je botten worden brozer, je cholesterol en bloeddruk stijgen, de elasticiteit van de bloedvaten vermindert, de hersenen takelen af.’

‘Het is beter om met de pil te stoppen als je vijftig bent’

Wat als je de pil neemt, of een spiraaltje hebt: merk je dan dat je in de overgang komt? En is het belangrijk om dat te weten?

‘Als je de pil neemt, zal je het niet merken. Je zult geen klachten hebben. Maar de pil verhoogt het risico op bloedklonters. Het is beter om ermee te stoppen als je vijftig bent. Na vier weken kan nagegaan worden of je effectief in de menopauze bent. Als er dan klachten optreden, kun je eventueel starten met hormoontherapie.’

‘Vrouwen met een hormoonspiraaltje kunnen wél opvliegers krijgen. Zo’n spiraaltje kun je gewoon laten zitten. Het geeft een soort progesteron af, wat ervoor zorgt dat je geen bloedingen krijgt. Als ze dan omwille van klachten willen starten met hormonale substitutietherapie dan hoeven ze alleen oestrogeen bij te nemen.’

‘We weten steeds meer over de menopauze en hormonen. Als er een vrouw van 53 bij mij op consultatie komt omdat haar spiraaltje vervallen is, dan ben ik geneigd nog een nieuw te plaatsen als zij zich daar goed bij voelt. Niet als anticonceptiemiddel, natuurlijk, maar als onderdeel van haar hormoontherapie.’

Zijn er alternatieven als je klachten hebt en geen hormonen kunt of wilt nemen?

‘Er zijn producten op de markt op basis van fyto-oestrogenen – extracten uit soja, klaver, hop of pollen. Er zijn nog te weinig gedegen studies uitgevoerd om te weten of dat echt werkt. En je moet er wat voorzichtig mee omspringen, want als je er te veel van op je huid smeert, kun je erg hoge dosissen bereiken.’

‘Het is veel belangrijker om evenwichtig en gezond te eten dan om vitamines te slikken’

‘Specifiek voor warmte-opwellingen zal er binnenkort een niet-hormonaal medicijn op de markt komen. Ik was zelf betrokken bij het onderzoek. Het gaat om medicatie die rechtstreeks inwerkt op het temperatuurcentrum in het brein. Dat werkt heel goed. Maar dan alleen tegen opvliegers, en niet tegen alle andere klachten.’

Wat met voedingssupplementen en vitamines?

‘Het is veel belangrijker om evenwichtig en gezond te eten dan om vitamines te slikken. Als je geen tekorten hebt, dan kun je met een overdosis aan vitamines zelfs een averechts effect bekomen. Daarbij moet ik wel zeggen dat veel vrouwen een vitamine D-tekort hebben. Dat kun je eenvoudig bij de huisarts laten checken. Heb je een tekort, dan is het goed om vitamine D te nemen.’

‘Als je ernstige klachten hebt, werkt hormonale substitutietherapie nog altijd het best. Maar vandaag neemt slechts een minderheid van de vrouwen deze medicatie. Uiteindelijk zouden we naar vijftig tot zestig procent van de vrouwen moeten gaan. In Nederland is het nog erger gesteld dan hier. Daar staat nog altijd in de richtlijnen van de huisartsen dat de hormoontherapie na zes maanden gestopt moet worden. Die richtlijn stoort me mateloos! Je mag zes maanden weer gelukkig zijn, en dan is het gedaan…’

Dit artikel is gepubliceerd in Eos Wetenschap. Je vindt hier de link naar het originele artikel.

Over de auteur Info Vuurvrouw

Reactie geven: