Richtlijn NAMS – hormoonsuppletie

Hormoonsuppletie tijdens de overgang

Nieuwe richtlijnen NAMS

Dit artikel is bijgewerkt op 12 maart 2019 volgens de officiële publicatie van de NAMS in juni 2017

Wel of geen hormoonsuppletie bij overgangsklachten. De meningen blijven verdeeld. Met name in Nederland is er een anti-suppletie beleid bij klachten tijdens de overgang. Dit zien we ook terug in de cijfers. Slechts 4 a 5% van de Nederlandse vrouwen met klachten gebruiken hormoonsuppletie tegenover 15-25% van de vrouwen in de ons omringende Europese landen.

 

In 2017 zijn de richtlijnen rond hormoonsuppletie van de NAMS (North American Menopause Society), de vereniging van Amerikaanse gynaecologen die zich met de menopauze bezig houden, vernieuwd. Hieronder een overzicht van de belangrijkste punten die zijn besproken over de nieuwe koers in het beleid van ten aanzien van hormoongebruik in de overgang.

 

Kort samengevat de belangrijkste veranderingen in de Amerikaanse richtlijn:

  • Het risico van hormoonsuppletie verschilt per vrouw, afhankelijk van het type, dosis, duur van gebruik, de wijze van toediening en of progesteron noodzakelijk is. Behandeling zou afgestemd moeten zijn op de persoon, waarbij wordt gekozen voor de beste beschikbare behandeling om de voordelen te maximaliseren en risico’s te minimaliseren, waarbij deze voordelen en risico’s regelmatig worden ge-evalueerd.
  • Voor vrouwen jonger dan 60 jaar of vrouwen binnen 10 jaar na aanvang menopauze, die geen contra-indicaties hebben, lijken de voordelen van hormoonsuppletie zwaarder te wegen dan de risico’s voor de behandeling van ernstige opvliegers en voor vrouwen met een verhoogd risico op botverlies of botbreuken (osteoporose). Langere duur hormoonsuppletie kan gunstiger zijn voor oestrogeen-alleen-therapie dan voor oestrogeen-progestageen-therapie, gebaseerd op de gerandomiseerde, gecontroleerde onderzoeken van het Women’s Health Initiative.
  • Voor vrouwen na meer dan 10 of 20 jaar na aanvang menopauze of die ouder zijn dan 60, lijken de risico’s van hormoonsuppletie zwaarder te wegen dan de voordelen, door een groter risico op hart- en vaatziekte, beroerte, veneuze trombo-embolie en dementie.
  • Hormoongebruik hoeft niet meer routinematig gestopt te worden op een leeftijd van 60 of 65 jaar, maar kan gecontinueerd worden ná zorgvuldige informatie en overleg bij aanhoudende overgangsklachten. Dit ter behandeling van aanhoudende opvliegers, behoud van de kwaliteit van leven en/of ter preventie van osteoporose (botontkalking).
  • Vaginale oestrogenen (en systemische oestrogenen indien nodig) of non-oestrogene therapie mag gebruikt worden op elke leeftijd voor de preventie en behandeling van vulvo-vaginale atrofie (VVA).

“De North American Menopause Society (NAMS) ontdekte door literatuurstudie dat de vroegere richtlijn dat hormoontherapie ‘in een zo laag mogelijke dosering, zo kort mogelijk’ voorgeschreven moet worden voor sommige vrouwen onvoldoende of zelfs schadelijk kan zijn,” zegt dr. Pinkerton. “‘NAMS heeft deze richtlijn aangepast naar “een passende dosis, duur, behandeling en wijze van toediening, die de meest voordeel brengt met het minste risico”. Verder, zullen vrouwen van boven de 65 opgelucht zijn te weten dat ze alleen vanwege hun leeftijd niet hoeven te stoppen met hormoontherapie. De gegevens ondersteunen het eenvoudigweg niet, maar geïndividualiseerde evaluatie en discussie wordt aanbevolen.

Wil je het hele artikel lezen, met de achterliggende publicatie, kijk dan hier.

Abstract

The 2017 Hormone Therapy Position Statement of The North American Menopause Society (NAMS) updates the 2012 Hormone TherapyPosition Statement of The North American Menopause Society and identifies future research needs. An Advisory Panel of clinicians and researchers expert in the field of women’s health and menopause was recruited by NAMS to review the 2012 Position Statement, evaluate new literature, assess the evidence, and reach consensus on recommendations, using the level of evidence to identify the strength of recommendations and the quality of the evidence. The Panel’s recommendations were reviewed and approved by the NAMS Board of Trustees.Hormone therapy (HT) remains the most effective treatment for vasomotor symptoms (VMS) and the genitourinary syndrome of menopause (GSM) and has been shown to prevent bone loss and fracture. The risks of HT differ depending on type, dose, duration of use, route of administration, timing of initiation, and whether a progestogen is used. Treatment should be individualized to identify the most appropriate HT type, dose, formulation, route of administration, and duration of use, using the best available evidence to maximize benefits and minimize risks, with periodic reevaluation of the benefits and risks of continuing or discontinuing HT.For women aged younger than 60 years or who are within 10 years of menopause onset and have no contraindications, the benefit-risk ratio is most favorable for treatment of bothersome VMS and for those at elevated risk for bone loss or fracture. For women who initiate HT more than 10 or 20 years from menopause onset or are aged 60 years or older, the benefit-risk ratio appears less favorable because of the greater absolute risks of coronary heart disease, stroke, venous thromboembolism, and dementia. Longer durations of therapy should be for documented indications such as persistent VMS or bone loss, with shared decision making and periodic reevaluation. For bothersome GSM symptoms not relieved with over-the-counter therapies and without indications for use of systemic HT, low-dose vaginal estrogen therapy or other therapies are recommended.This NAMS position statement has been endorsed by Academy of Women’s Health, American Association of Clinical Endocrinologists, American Association of Nurse Practitioners, American Medical Women’s Association, American Society for Reproductive Medicine, Asociación Mexicana para el Estudio del Climaterio, Association of Reproductive Health Professionals, Australasian MenopauseSociety, Chinese Menopause Society, Colegio Mexicano de Especialistas en Ginecologia y Obstetricia, Czech Menopause and Andropause Society, Dominican Menopause Society, European Menopause and Andropause Society, German Menopause Society, Groupe d’études de la ménopause et du vieillissement Hormonal, HealthyWomen, Indian Menopause Society, International Menopause Society, International Osteoporosis Foundation, International Society for the Study of Women’s Sexual Health, Israeli Menopause Society, Japan Society of Menopause and Women’s Health, Korean Society of Menopause, Menopause Research Society of Singapore, National Association of Nurse Practitioners in Women’s Health, SOBRAC and FEBRASGO, SIGMA Canadian Menopause Society, Società Italiana della Menopausa, Society of Obstetricians and Gynaecologists of Canada, South African Menopause Society, Taiwanese Menopause Society, and the Thai Menopause Society. The American College of Obstetricians and Gynecologists supports the value of this clinical document as an educational tool, June 2017. The British Menopause Society supports this Position Statement.

Reference

The 2017 hormone therapy position statement of The North American Menopause Society. [No authors listed] Menopause. 2017 Jun 22. doi: 10.1097/GME.0000000000000921. [Epub ahead of print]

 

About the Author Info Vuurvrouw