Richtlijn NAMS – hormoonsuppletie

Hormoonsuppletie tijdens de overgang

Nieuwe richtlijnen NAMS

12 februari 2018, publicatie van de Dutch Menopause Society (vakgroep NVOG).

Wel of geen hormoonsuppletie bij overgangsklachten. De meningen blijven verdeeld. Met name in Nederland is er een anti-suppletie beleid bij klachten tijdens de overgang. Dit zien we ook terug in de cijfers. Slechts 4 a 5% van de Nederlandse vrouwen met klachten gebruiken hormoonsuppletie tegenover 15-25% van de vrouwen in de ons omringende Europese landen.

Eind 2017 zijn de richtlijnen rond hormoonsuppletie van de NAMS (North American Menopause Society), de vereniging van Amerikaanse gynaecologen die zich met de menopauze bezig houden, vernieuwd. Hieronder een overzicht van de belangrijkste punten die zijn besproken over de nieuwe koers in het beleid van ten aanzien van hormoongebruik in de overgang.

De EMAS (Europese gynaecologen organisatie van de menopauze) heeft deze punten inmiddels overgenomen. De aanbevelingen gaan deels duidelijk verder dan wat wij in de gynaecologische Menopauze Management richtlijn in Nederland hanteren.
Kort samengevat de belangrijkste veranderingen in de Amerikaanse richtlijn:

  1. ‘Voorschrijven van hormonen in de laagste dosering voor een zo’n kort mogelijke tijd’ wordt vervangen door ‘de benodigde dosering voor de vrouw om de klachten te verminderen, de duur die nodig is en de route van toediening die de patiënt prefereert’.
  2. Hormoongebruik hoeft niet meer routinematig met 65 jarige leeftijd gestopt te worden maar kan gecontinueerd worden ná zorgvuldige informatie en overleg bij aanhoudende overgangsklachten. Dit ter behoud van de kwaliteit van leven en/of ter preventie van osteoporose (botontkalking).
  3. Hormoonbepaling uit speeksel wordt niet aanbevolen omdat deze tests nog geen betrouwbare resultaten leveren.
  4. Het niet behandelen met hormonen, van een vroegtijdige menopauze (start voor 40 jarige leeftijd) verhoogt het risico op hart en vaatziekten, dementie, herseninfarct, Parkinson, oogaandoeningen en ook is de overall sterfte is hoger. Het is belangrijk een vroegtijdige overgang ook als er geen klachten zijn te behandelen.
  5. Hormoongebruik verhoogt het risico op droogheid van de ogen maar verlaagt het risico op cataract (grijze staar) en glaucoom.
  6. Start van hormoongebruik vóór 60 jaar en binnen ongeveer 10 jaar na de menopauze, verlaagt significant de overall sterfte en geeft geen verhoogde kans op een herseninfarct.
  7. Een hormooncombinatie van oestrogenen en progestagenen (zoals gebruikt in Amerika) verhoogt het risico op borstkanker na meer dan 5 jaar gebruik met minder dan 1 per 1000 hormoongebruiksters. Dat is zelfs minder dan het risico van ongeveer 1 glas wijn dagelijks en vergelijkbaar met het risico van obesitas (BMI>30)of bewegingsarmoede of krijgen van eerste kind na je 30e op borstkanker.
  8. In zijn algemeenheid verhoogt hormoongebruik het risico op borstkanker niet extra voor vrouwen waar borstkanker in de familie voortkomt.

About the Author Info Vuurvrouw