Shiva

Onbegrepen open zenuw

Dronken mensen, kleine kinderen
En vrouwen in de overgang
Spreken de waarheid!

Ik was gestopt met de pil. Een intuïtieve beslissing op mijn vierenvijftigste die goed voelde. De extra kilo die ik daardoor verloor was mooi meegenomen. Verder veranderde er niet zo heel erg veel. Tenminste, dat dacht ik. Totdat ik er, een paar maanden later op een feestelijke kerstparty, van alles uit gooide. Open, scherp en direct flapte ik eruit hoe ik me voelde en wat ik van anderen vond. De dosis extra oestrogeen had tot dan toe blijkbaar mijn temperament wat getemperd, maar nu nam ik geen blad meer voor mijn mond. In mijn zoektocht naar ‘de waarheid’ schoten mijn hormonen in een overdrive en iedereen die in mijn buurt kwam hield ik een spiegel voor. Wellicht eerlijk, maar niet altijd gewenst én zeker niet handig voor mezelf.

Op weg naar mijn meditatie-avond vond ik geen parkeerplek. Illegaal plempte ik de auto op een hoek neer en rende haastig om 19:33 uur binnen. Ik was drie minuten te laat, maar de groep was al begonnen met mediteren. Waarom waren ze al begonnen? Konden ze niet heel even op me wachten? We kletsten toch altijd eerst even voordat we de eerste meditatie startten?
Zachtjes vond ik een plekje en ging zitten. De muziek was anders dan anders, onrustiger. Wat ik ook deed, ik kwam er niet in. Na afloop voelde ik de behoefte om mijn ongenoegen openlijk te uiten. Na al die jaren samen mediteren dacht ik dat deze groep daar veilig genoeg voor was.

‘Ik vind het vervelend …‘ ‘Ik baal ervan …’ Keurige ik-boodschappen, dacht ik.

Maar ze vielen niet in goede aarde bij een medecursist.

‘En wat kan ík daaraan doen?’ brieste hij, als door een wesp gestoken.

‘Het heeft helemaal niets met jou te maken,’ reageerde ik scherp met een wegwuifgebaar.

Maar hij werd zo kwaad dat hij opstapte. Ik was perplex. Pas een moment later realiseerde ik me dat hij ons ooit had verteld dat hij worstelde met zijn dominante moeder die hem vroeger overal de schuld van gaf. Misschien had ik dat gevoel met mijn opmerking getriggerd? Dat was absoluut niet mijn bedoeling geweest, en zeker niet mijn boodschap, maar kennelijk had ik zijn open zenuw geraakt.

Actie, reactie … ook zijn uitbarsting deed iets met mij. Boos stond ik op. ‘En ik heb hier ook geen zin in!’ Met grote passen liep ik opgefokt naar mijn auto en mompelde in mezelf: ‘Ik kwam hier verdorie voor mijn rust!’ Eenmaal bij de auto dacht ik verbaasd: wat doe ik nou? Dit ben ík niet. Ik ben geen wegloper, ik vlucht niet, ik ga juist alles aan.

Dus stapte ik weer uit de auto, liep terug, klopte aan en vroeg zacht: ‘Mag ik nog terugkomen?’

Allerhartelijkst werd ik ontvangen. We spraken erover, er vloeide een traan en al pratende besefte ik dat ik me niet gezien voelde door de cursusleidster. Haar compassie richtte zich vooral op de ‘tere zieltjes’. Mijn rechtvaardigheidsantenne voelde dat ik niet belangrijk genoeg was om op te wachten. Want wat als een andere cursist een paar minuten later was geweest?

‘Maar jíj was te laat,’ pareerde de docent er als een schooljuf handig omheen. Feitelijk klopte dat: drie minuten om precies te zijn. Na wat doorpraten met de twee overgebleven vrouwen, ontving ik mijn groeicadeau. Het was niet wát ik zei, maar hóe ik het zei. Het was niet de inhoud maar mijn tone of voicedie fel en dominant was. Die les nam ik mee en paste ik nog diezelfde avond toe. Thuisgekomen vroeg ik lief, bijna op het zoetsappige af, aan mijn man of hij de kliko nog even buiten wilde zetten. Het werkte. Zonder een spoortje weerstand zei hij: ‘Ja hoor.’

Een week later kreeg ik een nieuwe les. Het ging dit keer niet om wát ik zei of om hóe ik het zei. Het ging nu om mijn non-verbale uitstraling, mijn blik. Ik probeerde mijn emotie te maskeren, maar was vergeten dat mijn ogen en lichaam boekdelen spreken. Het werd een les on the next level.

Mijn zoon had een appartement gekocht in Amsterdam en samen zaten we bij de notaris. Ik had het appartement nog niet gezien en verheugde me die avond op een quick look. Onze makelaar had positief gereageerd: ‘Dat gaat denk ik wel lukken. Ze snappen vast dat je helemaal uit het zuiden komt en dat je het graag even wilt zien.’

In de hal bij de notaris raakten we in een geanimeerd gesprek met de verkoper. Zijn makelaar was ook aangeschoven en terloops vroeg ik of ik die avond nog even naar het appartement mocht kijken.

Lichtelijk in paniek stak de verkoper zijn handen in de lucht: ‘Nee, nee, dat kan echt niet, het komt me niet uit. Ik ben alleen met de kinderen!’

Alleen met de kinderen, wat maakt dat nou uit? Hij was toch gewoon thuis, dacht ik. Hogelijk verbaasd maar alleraardigst sputterde ik dat het mij niet uitmaakte, dat het een kort bezoek zou zijn, dat ik door de troep heen zou kijken en dat het tijdstip mij om het even was. Maar hij weigerde vasthoudend. Als klap op de vuurpijl bitste zijn makelaar op een belerend toontje: ‘Vragen stellen mag, mevrouw. Maar ja, daar kunt u ook een nee op krijgen.’

Als een klein kind werd ik door zo’n jonge yup in de hoek gezet; in godsnaam: ik had haar moeder kunnen zijn! Ook al had ze gelijk, het had mijn eigen wijze opmerking kunnen zijn, toch was ik zwaar teleurgesteld. Met moeite hield ik mijn kaken stijf op elkaar, maar als blikken konden doden hadden ze alle twee met drie kogelgaten in hun hoofd op de grond gelegen.

‘Jij moet eens naar een cursus ‘omgaan met mensen’,’ verweet Oudste me pissig toen we buiten stonden. Ik keek hem verbaasd aan. De grap was namelijk dat ik soortgelijke cursussen ooit zélf gegeven had.

Blijkbaar gingen de hormonen weer met me aan de haal. Ik was geprikkeld, emotioneel en ongeremd. Negatieve gevoelens baanden zich een weg naar buiten en tijdens een wandeling voelde ik enorme boosheid in me opkomen. Over onrecht, over mensen die zich weinig bewust waren van hun eigen gedrag, over dat ik opnieuw moest beginnen. Boos, boos, zó boos! Stampvoetend liep ik door het bos en bij iedere stap vloekte en tierde ik. Verdriet dat zich vermomd had als woede stroomde samen met andere resten unfinished businessmijn lijf uit.

Op een zaterdagochtend in bed overdacht ik dit alles. Ik besefte dat als je je kop boven het maaiveld uitsteekt en eerlijk zegt wat je denkt, je misschien wel voor je gelijk maar zeker niet voor je geluk gaat. Vaak had ik het gevoel niet gezien, gehoord of begrepen te worden. Dit gevoel precies duiden en verklaren was niet gemakkelijk, maar na een paar gebroken nachten was het helder en voelde ik het diep van binnen. Dat onbegrepen gevoel was mijn open zenuw. Maar als ik zo door zou gaan, zou alles hetzelfde blijven. Als ik verandering wilde, mocht ik zelf veranderen. Te beginnen met het temmen van mijn losgeslagen hormonen en me inhouden in gezelschap. Adem in, adem uit en loslaten … Mogelijk moest ik een waarschuwingssignaal uitzetten naar mijn omgeving: opgepast, gestopt met de pil, neemt geen blad meer voor haar mond!

Uit:

Help! Het loslaten begint

Door Hanneke van Gompel

Over de auteur Vuurvrouwen delen

Vuurvrouwen delen hun verhaal. Dat mag anoniem, maar het hoeft niet. Wil jij ook jouw verhaal delen? Neem dan contact met ons op!

Reactie geven: