Afbeelding Hannke van Gompel

Hanneke de huissloof

Niemand heeft door wat ik allemaal doe.

Totdat ik het niet meer doe.

Nu ik de laatste tijd een tandje minder werkte en het thuis druk was met een hectisch gezin voelde ik me onzichtbaar en nutteloos. De hele dag was ik dienstbaar aan iedereen, behalve aan mezelf. Alles wat ik deed werd als normaal ervaren. Mopperend sputterde ik in gedachten: pas als ik zou vertrekken, zouden ze merken wat hier allemaal achter de schermen gebeurt. Ze zouden vervuilen en verhongeren.

Als ik boodschappen deed, was ik al snel tweeënhalfuur verder. Pfff … drogist, bakker, slager en dan nog naar de supermarkt. Als ik bij de kassa arriveerde, was mijn winkelwagen overvol. Vaak kreeg ik meewarige blikken als ik als een bootwerker alles op de band sjouwde. Een keer zei iemand achter mij: ‘Maar mevrouw toch, wat veel.’

‘Na een paar dagen is het allemaal weer op,’ glimlachte ik zuur. ‘Dat heb je met een huis vol mannen.’
Tja, en dan wilde ik ook nog rekening houden met ieders smaak. De één wilde ice tea met prik, de ander zonder. De een was dol op appels, de andere at liever iedere dag een banaan. Elke dag ging er een brood doorheen. De een wilde met zaadjes en pitjes en de ander juist niet. Iemand had graag iedere ochtend yoghurt en de ander wilde kwark. Mijn echtgenoot wil alleen kleine blikjes bier, want die grote drinkt hij niet. Zo had iedereen in mijn gezin zijn eigen wensen en eigenaardigheden. En ik wilde het voor iedereen altijd maar goed doen … Was ik met de loodzware tassen eenmaal thuis, dan was ik nog eens twee uur bezig met uitruimen, inruimen en opruimen. Het zweet stond op mijn rug. Dan durfden mijn mannen nóg de ijskast open te trekken en verontwaardigd verveeld te roepen: ‘Huh, hebben we niks in huis?’ Meer had ik niet nodig om te ontploffen …

Huismoeder was nooit mijn favoriete rol geweest, maar ik vervulde hem wel. Negen van de tien keer was ik de kok. Iedere dag brouwde ik grote pannen eten. Waar ik eerst een pond gehakt nodig had voor een bolognesesaus, ging er opeens een kilo doorheen voor de hongerige mannen. Oudste stond voor zijn examens en ik hielp hem met de pittige selectieprocedure voor zijn droomstudie: geneeskunde. Jongste zat net in de brugklas en worstelde met zijn dyslexie. Voor hem was ik planner en begeleider om zijn weg te vinden in de overvloed van boeken en taal. Avonden lang oefenden we samen Engelse woordjes. Acht tot tien keer in de week sportten mijn zoons en fungeerde ik als taxi-mama. Auto in, auto uit … Niet voor niets was ik erop gebrand dat Oudste zo snel mogelijk zijn rijbewijs zou halen. Met drie sportende jongens draaide mijn wasserette overuren. Natuurlijk regelde ik ook alle verjaardagscadeautjes. Tussen een hockeywedstrijd en boodschappen in reed ik snel naar de stad om een koptelefoon te kopen voor de achttiende verjaardag van Oudste. Door zijn drukke baan was Manlief er bijna nooit. Voor Floris fungeerde ik als hondenverzorger, een mix van uitlater, klittenkapper en serveerster. En dan rustte er nog een extra taak op mijn schouders, die ik overigens met liefde wilde volbrengen: beschermengel zijn van Neef.

Inmiddels leefde ik, inclusief Floris, met vijf mannen. Voor mijn gevoel was ik alleen maar aan het zorgen voor iedereen. Voorheen deed ik dat met veel liefde en plezier en vond ik er mijn weg in. Nu voelde ik me een afgedankte huissloof. Ik was een meester in zorgen voor anderen, maar ik vergat mezelf. Ik was het spuugzat om de ‘huishoudelijke hulp’ te zijn. Want wie zorgde er eigenlijk voor mij? Van wie kreeg ik erkenning en waardering? Iedereen vond alles maar vanzelfsprekend. Ik was pinautomaat, pispaal, bemiddelaar, wekker, studiebegeleider, secretaresse, puinruimer, boodschappendienst en chef-kok in één. Toen ik voor de verjaardag van Oudste zijn lievelingslasagne bereidde en niemand wat zei, haalde ik de waardering maar zelf op. Ik liet me ontvallen dat het veel werk was geweest. De dag erop vertelde ik blijkbaar hoe lang ik over de bami had gedaan. Mijn zoon hield me een ontnuchterende spiegel voor: ‘Mam, moeten we nou echt iedere dag horen hoe lang je over het eten doet?’

Hanneke van Gompel uit haar nieuwste boek: Help! Het loslaten begint | Voor vrouwen van veertig, vijftig en verder.

Over de auteur Hanneke van Gompel

Help! Het loslaten begint is het vierde boek van Hanneke van Gompel (1964). Moeder, coach en initiator van De Inspiratiebron. Na een carrière in het bedrijfsleven leeft ze haar missie: mensen inspireren om samen de wereld een beetje mooier te maken. Met haar boeken, kalenders en lezingen heeft ze al tienduizenden mensen mogen raken en inspireren.

Reactie geven: