Fietstest

De fietstest

Ik heb al 10 jaar vrij onschuldige hartritmestoornissen. Ook weer zoiets wat ik te danken heb aan Vrouwe Overgang. Maar goed, ik werd dus, nadat iemand mij als een stervende zwaan van mijn fiets zag storten en na een paar uur op de eerste hulp, doorgestuurd naar een Cardioloog. Zo begon mijn halfjaarlijkse APK-tje bij mijn hartdoktertje.

De ene keer alleen een 24-uurs registratiekastje, een hartfilmpje en een babbeltje bij de arts. Bij mijn tweede APK moest ik het hele rataplan ondergaan.
Hartkastje, hartecho, hartfilmpje én de fietstest.

Destijds in de wachtkamer werd ik geroepen door de vrouw die mijn fietstest af ging nemen. Bij ons eerste oogcontact kwamen we beiden tot de onmiddellijke conclusie dat we geen klik hadden. Je kunt dat door onverklaarbare redenen soms wel eens hebben met iemand. Voor een aantal vrouwen onder ons ook gelijk een reden voor die razendsnelle en taxerende blik die jou van top tot teen scant, en in diezelfde split second beslissen wie er in hun ogen de eerste ronde van een opgedrongen bitch fight gaat winnen.
De vijandigheid van deze vrouw was dan ook gelijk gezet.

Maar ja, naar alle eerlijkheid, wat was dat mens spuuglelijk zeg…en zo mager dat het leek alsof ze een lang verleden als crackverslaafde achter de rug had. Kan ze natuurlijk ook niets aan doen, maar neem dat mij dan ook niet kwalijk. Ik was twintig kilo te zwaar en dat verdient ook niet echt een schoonheidsprijs, hoor.
Na een gereserveerde begroeting over en weer, een eng slap handje van haar kant, stapte ik haar territorium binnen. Over die drempel verdween alle respect en cliëntvriendelijkheid.
‘Je mag je bovenkleding uittrekken,’ werd mij kortaf gezegd. Oh, gaan we elkaar tutoyeren? Kwetsbaar en met enig gevoel van gêne stond ik daar met mijn dikke bast in mijn spijkerbroek en bh naast een vrouw die zo mager was, dat als ik haar tegen het licht had gehouden ik er bijna doorheen had kunnen kijken.
‘Wat weeg je?’ ‘Oh, dat weet ik niet én wil ik ook niet weten,’ was mijn licht waarschuwende antwoord. ‘Dan mag je op de weegschaal gaan staan,’ kreeg ik te horen.
Wat onwillig gehoorzaam ik haar en zie, omdat ik niet naar de weegschaal wil kijken, een klein spiegeltje op ooghoogte aan de muur hangen. Waarom hangt iemand daar nou een spiegeltje op, dacht ik nog. ‘Oké, je weegt ruim 90.5’. Gloeiende, gloeiende!
In een flits vinden mijn ogen via het spiegeltje die van haar en terwijl ik haar strak aan blijf staren vraag ik, ’Wat zeg ik nou net tegen je?’ Ik denk nu trouwens ook gelijk te weten waarom dat spiegeltje daar hangt. Vast om die gechoqueerde en schuldbewuste uitdrukking te zien wanneer je als “hartpatiënt” geconfronteerd wordt met je gewicht.
Quasi onschuldig en onverschillig schaart ze zich achter haar apparatuur, misschien toch ook om een veilige afstand te creëren. De verontwaardiging pulseert uit mijn lijf.

Pislink loop ik naar de fiets en wurm mijn te zware lichaam op en tussen dat onhandige ding waarvan het zadel idioot hoog staat in verhouding met de rest. De bloeddrukband wordt omgedaan en ik mag starten met fietsen. Ik weet niet of je al eens zo’n test hebt moeten ondergaan, maar het is killing. Van nul naar honderd. Het lampje moet in de groene zone blijven wanneer je fietst. Het begint rustig, maar binnen 2 minuten begin je aan de beklimming van de Alpe d’HuZes. Jezus, mijn conditie is echt slecht.

Na een paar minuten probeer ik al puffend en hijgend dat lampje in het groen te houden. Ondertussen start de bloeddrukmeting en mijn arm en bloedtoevoer worden op een bijna pijnlijke manier afgeknepen. ‘Wel in het groen blijven hè,’ zegt de voormalige crackjunk vanuit haar comfortabele stoel. Ik negeer haar en ga verwoed door met het bedwingen van mijn berg. ‘Rook je?’ ‘Ja,’ zeg ik hijgend. ‘Dat is niet zo slim hè, als je hartklachten hebt.’ ‘Daar ben ik mij helemaal van bewust,’ kan ik nog net antwoorden.

De clash of the titans lijkt begonnen, de dikke vs de dunne. Buiten mijn zwoegende gehijg, even een gespannen stilte. ‘Je bent ook te dik’… What-the-fuck zeg jij nou?!
‘Is ook niet echt bevorderlijk voor je hart natuurlijk,’ pepert ze me ook nog even lekker in.
Vuil kijk ik haar aan…’Hou jij je nou maar bij het afnemen van de fietstest, dat zal de arts zo vast wel met mij bespreken,’ bijt ik haar toe. Stomme doos!
Zie ik daar nou een lichte triomf in haar ogen?

Zwaar gefrustreerd, omdat ze gewoon gelijk heeft, ploeter ik verder, mijn kont en flamoes gevoelloos door dat keiharde puntzadel, mijn arm die weer voor de zoveelste keer wordt afgebonden door de bloeddrukmeting, de spijkerbroek die veel te strak is, waardoor alles in de weg zit. Waarom heb ik heb ik me in vredesnaam in die broek gefrommeld vanochtend?
Ik ben zo kapot dat ik blij ben dat ik op de juiste afdeling ben, mochten ze de nodige joule door mijn borstkas moeten jagen, echt helemaal stuk ben ik.
Na ongeveer tien helse minuten is het eindelijk voorbij. Ik heb mijn berg bedwongen, puur op frustratie, wilskracht en nijd. Die pret wilde ik haar niet gunnen.
‘Je mag je weer aankleden en terug naar de wachtkamer dan zal de dokter je zo roepen,’ zegt ze. Trillend op mijn zwaar verzuurde benen, nahijgend en zwetend als een paard kleed ik mij snel aan. Weg hier. Koeltjes nemen we afscheid van elkaar. ‘Nog een fijne dag,’ roept ze mij na. Nou, die heb je goed verpest, schrielkip.
Haar blijkbaar broodnodige bitch fight heeft ze glansrijk gewonnen, maar ik was nu wel door haar snoeiharde confrontatie met mijzelf en dat kleine spiegeltje aan de muur, vastbesloten om die overtollige kilo’s kwijt te raken.
Ik moet haar daar eigenlijk nog eens voor bedanken…het loeder.

About the Author Nance van de Ruit

Nance van de Ruit (51), is bekend geworden als auteur onder pseudoniem Adriana SA van het boek 'De overgang, meer dan een Hot flash'. Op haar eigen, nietsontziende wijze en een flinke dosis humor en zelfspot loods ze mede hot flashers door de meest voorkomende verschijnselen van de overgang. Haar zoektocht werd haar persoonlijke missie waarbij ze taboes doorbreekt. Dat doet ze ook in haar Menopauzecafé in Hendrik Ido Ambacht.