Blaasklachten

Blaasklachten bij vrouwen

In Nederland heeft één op de vier vrouwen van 35 jaar en ouder last van blaas- of verzakkingsklachten. Het betreft meer dan een miljoen vrouwen, maar slechts een kwart van hen zoekt hulp. Huub van der Vaart, hoogleraar urogynaecologie, beantwoordt vier vragen over blaas- en verzakkingsklachten en vertelt over de behandelopties.

  1. Blaas- en verzakkingsklachten, waar moet je dan aan denken?

“De voornaamste klacht is urineverlies: meer dan een op de vier vrouwen heeft hier last van. Daarbij gebruiken zeker zo’n 600.000 vrouwen incontinentieverband. De kosten voor incontinentiemateriaal zijn in Nederland jaarlijks ongeveer 180 miljoen euro. Een tweede probleem – wat toch minder bekend is – is de prikkelbare blaas, ook wel overactieve blaas. Vrouwen die hier last van hebben moeten heel vaak naar het toilet, vaak wel tien tot vijftien keer per dag. Het grootste probleem hierbij is dat je dan je aandrang om te plassen ook niet uit kunt stellen. Verzakkingsklachten komen bij ongeveer 30 procent van de vrouwen boven de veertig voor. Bij deze vrouwen zakken de baarmoeder, blaas of endeldarm uit via de vagina.”

  1. Hoe kun je deze klachten herkennen?

“Urineverlies bij inspanning of lachen, niezen en hoesten is natuurlijk een duidelijke klacht. Hetzelfde geldt voor vaak naar het toilet moeten. De klachten bij een verzakking kunnen wat algemener zijn. Een kenmerkende klacht van een verzakking is het gevoel dat je continu op een bobbeltje of balletje zit. Daarnaast ervaren ze bij lichamelijke inspanning veel druk in de buik.

Ook vermoeidheid, last van de onderrug, problemen met ontlasten, moeite met goed uitplassen en problemen met de seks komen voor. Deze laatste problemen kunnen komen door de verzakking zelf, maar bij veel vrouwen heeft de verzakking ook invloed op het zelfbeeld. Opvallend aan de verzakkingsklachten is dat deze erger worden in de loop van de dag of na inspanning.”

  1. Waardoor worden deze klachten veroorzaakt?

“Aanleg speelt een belangrijke rol, maar daarnaast is het krijgen van kinderen een belangrijke oorzaak. We weten dat vrouwen die via de vagina kinderen hebben gekregen een twee tot drie keer zo hoog risico hebben op dit soort problemen. Leeftijd heeft ook invloed. Met het ouder worden neemt de kwaliteit van het bindweefsel af. Vrouwen lopen tijdens een bevalling vaak schade aan de bekkenbodem op. Dat gaat jaren goed, maar als de leeftijd ook mee gaat tellen houdt het bindweefsel de organen minder goed op zijn plaats.

Over de rol van de overgang zijn de wetenschappers het nog niet eens. Urine-incontinentie lijkt een continu proces. De overgang kan dit wel een kleine versnelling geven, maar dat is niet heel duidelijk. Bij de verzakking is de invloed waarschijnlijk iets groter; het lijkt erop dat na de overgang de verzakkingsklachten sneller toenemen. Er is echter nog weinig onderzoek dat dit duidelijk heeft vastgelegd. Het verband tussen overgang en chronische blaasontstekingen is wel bewezen. Vrouwen hebben na de overgang meer kans op terugkerende blaasontsteking, een blaasprobleem dat op oudere leeftijd veel voorkomt.”

  1. Wat kun je zelf doen tegen blaas- en verzakkingsklachten?

“Ik zou willen zeggen: erover durven praten. Zeker 60 procent van de vrouwen die incontinentieverband gebruikt of een flinke verzakking heeft, schaamt zich voor het probleem. Het is heel belangrijk dat het probleem bespreekbaar gemaakt wordt. Met de huisarts bijvoorbeeld. Op die manier zouden de vrouwen ook weten dat incontinentieverband een laatste redmiddel is. Het wordt veel te veel als behandeling gebruikt. Zeker voor vrouwen met een inspanningsincontinentie – urineverlies bij sporten, lachen, niezen of hoesten -, maar ook voor vrouwen met incontinentie bij aandrang zijn er hele goede behandelingen. En die vrouwen hoeven echt niet de rest van hun leven met incontinentieverband in de weer.”

Behandelopties

Veel vrouwen met blaas- of verzakkingsklachten vinden het moeilijk om te praten over hun probleem. Hulp zoeken gebeurt dan ook te weinig. En dat terwijl er allerlei verschillende behandelmogelijkheden zijn. Hoogleraar urogynaecologie Huub van der Vaart vertelt over de opties.

“De bekkenbodemproblematiek is een heel breed vakgebied. De behandeling is afhankelijk van de klachten. Daarbij zijn de mogelijkheden volop in ontwikkeling.

Stressincontinentie

Op dit moment staat in alle richtlijnen dat de behandeling van iemand met urineverlies bij inspanning (stressincontinentie) begint met bekkenfysiotherapie. Vanuit het UMC Utrecht hebben we echter – samen met 20 ziekenhuizen en 50 fysiotherapiepraktijken – een heel groot onderzoek gedaan naar de behandeling van mensen met matige of ernstige incontinentie. Bij patiënten met ernstige stressincontinentie blijkt direct opereren veel effectiever dan de fysiotherapie. Daarbij gaat het op de lange termijn ook gepaard met minder kosten.

Bij de operatie wordt een kunststof bandje geplaatst onder de plasbuis. Dit gebeurt met een ruggenprik of onder een korte narcose. Meestal kan de patiënt dezelfde dag nog naar huis. De operatie is heel effectief: 85 tot 90 procent van de vrouwen is daarna droog of verliest hooguit nog een druppeltje.

Op basis van ons onderzoek hebben we een model gemaakt, met eigenschappen van de patiënt, waarmee we kunnen inschatten welke patiënt gebaat is bij direct opereren en welke bij fysiotherapie. Dit model zal in de toekomst meer gebruikt gaan worden.

Overactieve blaas / aandrangincontinentie

Ook bij een overactieve blaas is bekkenfysiotherapie vaak eerste keus. Fysiotherapie wordt vaak gecombineerd met geneesmiddelen die de prikkelbaarheid van de blaas remmen. Over het algemeen werken deze medicijnen heel goed.  De medicijnen kunnen wel bijwerkingen hebben, veel gehoorde bijwerkingen zijn een droge mond en moeizame stoelgang.

Als fysiotherapie en geneesmiddelen samen onvoldoende effect hebben, voeren we vaak een blaasfunctietest uit. Op basis van de uitkomst daarvan bepalen we de verdere behandeling. Een van de mogelijkheden is een behandeling met botox. Door de blaasspier gedeeltelijk te verlammen met botox krijgen vrouwen meer tijd om het toilet te halen. We spuiten de botox in op 10 tot 20 verschillende plekjes – na verdoving van de blaaswand met een gel – zodat de vrouwen nog wel kunnen plassen.

Een andere mogelijkheid is zenuwstimulatie. We plaatsen dan een soort acupunctuurnaaldje in de enkel en prikkelen daarmee de zenuw wekelijks gedurende zo’n 20 tot 30 minuten. Hoe het precies werkt weten we niet, maar dankzij deze behandeling wordt de blaas minder prikkelbaar.

Verzakking

Over de behandeling van een verzakking van de baarmoeder, blaas of endeldarm is momenteel veel ophef. Er zijn op dit gebied ook beduidend minder succesvolle behandelmethodes.

Je kunt een vaginale ring gebruiken als de verzakking nog niet zo ver buiten de vagina komt. In combinatie met bekkenfysiotherapie kan dat een heel goed resultaat geven. Bij een forse verzakking heeft  bekkenbodemfysiotherapie geen aangetoond effect.

Een operatie behoort dan nog tot de mogelijkheden. Bij driekwart van de vrouwen is zo’n operatie succesvol, maar helaas komt bij 15 tot 30 procent de verzakking terug. Dit betekent overigens niet dat je daar dan ook weer hinder van ondervindt. We kennen twee soorten operaties.

Bij de klassieke operatie wordt gebruik gemaakt van het bindweefsel van de patiënt om de verzakking te verhelpen. We hechten het weefsel weer aan elkaar. Je hebt echter wel te maken met bindweefsel dat eerder beschadigd (en verzakt) is en dat met het toenemen van de leeftijd van mindere kwaliteit wordt. Daarom lukt de operatie niet altijd of is het effect niet blijvend.

Matjes

Dat is ook de reden dat er bij de andere operatie gebruik wordt gemaakt van kunststof matjes. Deze matjes – gemaakt van hetzelfde materiaal als het bandje onder de plasbuis – bieden extra steun aan de blaas, baarmoeder of endeldarm als deze verzakt zijn geraakt.

De operatie met een matje gaat helaas, in tegenstelling tot het bandje onder de plasbuis, gepaard met kans op complicaties. Sommige patiënten houden blijvende pijnklachten na het plaatsen van het matje. Dat is uitermate vervelend omdat er vaak weinig aan te doen is. Ook kan het matje de vaginawand irriteren en afscheiding geven. Dit laatste is gelukkig vaak wel goed en eenvoudig te verhelpen.

Om deze redenen is er veel onderzoek gedaan naar deze operatie. De beroepsvereniging van gynaecologen heeft op dit gebied een standpunt ingenomen en een richtlijn opgesteld. De matjes mogen alleen gebruikt worden bij vrouwen die al één of meerdere klassieke operaties hebben gehad die niet gelukt zijn. Aan de gynaecologen en klinieken die de matjes toepassen worden nu duidelijke veiligheidseisen gesteld. Ook zijn er verschillende soorten matjes in de handel; het risico op complicaties verschilt per soort. Voorlichting van de vrouw is dus van groot belang: de vrouwen moeten zich bewust zijn van de voor- en nadelen.

Tegenover de patiënten met chronische pijnklachten staan ook veel patiënten die na het plaatsen van het matje dolgelukkig zijn omdat ze van hun verzakking af zijn. De kwaliteit van de matjes verbetert en ook gynaecologen weten steeds beter hoe ze de operatie moeten uitvoeren. Meer ervaring geeft betere resultaten, dus vraag als patiënt gerust naar de ervaring die een arts heeft.”

 

Professor dr. Huub van der Vaart is mede-oprichter en medisch directeur van de divisie Vrouwenzorg van Bergman Clinics, voorheen Alant Vrouw. Zij hebben twee vestigingen in Amsterdam en Bilthoven en leveren daar multidisciplinaire zorg voor vrouwen met bekkenbodemproblemen. Daarbij wordt nauw samengewerkt met de Universitaire Medische Centra in Amsterdam en Utrecht. Daarnaast is hij afdelingshoofd van de afdeling voortplantingsgeneeskunde & gynaecologie in het UMC Utrecht. In februari 2012 werd hij door de Universiteit Utrecht benoemd tot hoogleraar Urogynaecologie.

 

Dit is een samenvatting van twee artikelen die zijn geschreven en verschenen bij GezondheidsNet

About the Author Info Vuurvrouw